Een loopbaan met een groen tintje

Van uitzendingen met Defensie naar het opzetten van De Groene OK: het thema 'groen' blijft terugkomen in de loopbaan van Koen Bouwman. 'Je kunt het vak van operatieassistent zo uitdagend maken als je zelf wilt', vertelde hij in juni 2024 in Operationeel, het vaktijdschrift van de LVO. Lees hieronder het interview met Koen. (tekst: Judith Bouwels; foto: Ivonne Zijp)

Koen Bouwman

Wat wilde je als kind worden?

‘Op de basisschool wilde ik meester worden, omdat ik zelf een heel leuke meester had. Op de middelbare school veranderde dat. Eenmaal in mijn examenjaar, 5 havo, wist ik niet meer wat ik wilde. Een maat van mij neigde naar Defensie, en toen dacht ik: dat wil ik ook. Niet om –plat gezegd – te vechten, maar om te ondersteunen. Tijdens een intakegesprek met een psycholoog van Defensie raadde hij me de geneeskundige kant aan. En zo rolde ik de wereld van Defensie in.’

Hoe zag die wereld eruit voor jou?

‘Ik startte mijn loopbaan in 2002 als rupsvoertuigchauffeur; dat is pas een leuk woord voor galgje! Na een tijdje was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Het vak van operatieassistent sprak me enorm aan. Defensie had een vacature openstaan voor operatieassistent in opleiding. Omdat het Máxima MC een relatieziekenhuis is van Defensie, kon ik daar de opleiding doen. Dat deed ik van 2005 tot en met 2009. Na de opleiding kwam er een plekje vrij op de OK en mocht ik blijven. Gelukkig, want ik had het heel erg naar mijn zin daar. Ik bleef officieel militair, omdat ik nog steeds in dienst was bij Defensie.’
 

De uitzending naar Kandahar was heftig, met veel jonge Amerikaanse en Afghaanse gewonden

Ben je als operatieassistent ook uitgezonden?

‘Ja, drie keer voor ongeveer drie maanden. Tussen de uitzendingen door werkte ik “gewoon” op de OK in het Máxima MC. Eind 2009, begin 2010 mocht ik naar Kamp Holland, Afghanistan. Ik was net gediplomeerd, wat die uitzending waardevol en spannend maakte. Mijn kennis was aanwezig, maar werd daar toch extra getest. Er was slechts één collega-operatieassistent op wie ik op terug kon vallen. En toch was het ook tof, omdat ik ervaring opdeed die ik in een ziekenhuis niet snel op had kunnen doen. In de zomer van 2011 werd ik uitgezonden naar Kandahar, Afghanistan. Dat was een heftige uitzending, met veel jonge Amerikaanse en Afghaanse gewonden. Voor mij was het ook weer interessant omdat ik van traumachirurgie hou. En ik legde veel internationale contacten: we werkten samen met Amerikanen, Canadezen, Belgen en Singaporesen. Tot slot ben ik in 2013 op uitzending geweest op een schip dat voor de kust van Somalië lag in de Rode Zee.’

Uiteindelijk stopte je bij Defensie. Waarom?

‘In 2015 werd ik vader. Omdat ik niet zo lang van huis wilde zijn, ben ik in 2017 gestopt bij Defensie. Toen ging ik officieel over naar het Máxima MC. Daar mocht ik gelukkig blijven.’

Wat is er zo leuk aan werken in het Máxima MC?

‘Het is een groot ziekenhuis, maar zo voelt het niet. Er hangt een gemoedelijke sfeer. Op de OK zit een heel gezellige groep collega’s. Een voorbeeld is dat alle vakgroepen zich mengen in de koffiekamer.’

Je blijft wel trouw aan ‘jouw’ ziekenhuis.

‘Klopt. Ik heb nooit de noodzaak gevoeld om weg te gaan. Ik heb verschillende projecten gedaan, bijvoorbeeld rond de invoering van het nieuwe EPD-systeem. En ik was procesbegeleider voor de vakgroep Logistiek in 2018, toen er gewerkt werd aan de nieuwbouw voor de OK. Van daaruit rolde ik in de functie van afdelingshoofd Logistiek. Na een tijdje merkte ik dat ik de werkvloer miste. Het kostte me meer energie om achter een computer te zitten dan om het lichamelijke werk op de OK te doen. Begin 2022 ging ik daarom weer aan de slag in de rol van operatieassistent.’

We zijn altijd op zoek zijn naar de balans tussen geld en groen handelen

Terug naar je oude roots. Zou je je niet gaan vervelen?

‘Misschien wel. Daarom ben ik sinds kort vakgroepoudste van de trauma-orthopedie en sluit ik naast het werken op de OK aan bij projecten. Zo heb ik met een anesthesist De Groene OK bij ons opgezet. De gezondheidszorg is een supergrote vervuiler in Nederland. Hier moeten we echt iets aan doen, dacht ik toen. Ik vind De Groene OK een heel interessant project. Ook complex, omdat we altijd op zoek zijn naar de balans tussen geld en groen handelen. Ik vind het trouwens leuk om te zien hoe, na mijn werk bij Defensie, het thema ‘groen’ terug blijft komen. Inmiddels is een compleet team aangesloten bij De Groene OK, met collega’s uit verschillende vakgroepen en specialismen. Sommige collega’s zien vergroening als teruggaan in de tijd. Zo voelt het misschien wel, maar zo is het niet. Ik vind het een uitdaging om vervuiling te verminderen zonder kwaliteit te verliezen.’

Kun je daar voorbeelden van noemen?

‘Neem de celstofmatjes: vroeger gebruikten we bij een gynaecologieoperatie standaard twee matjes. We gooiden zowel het schone als het vuile weg. Zo’n matje is een vervuiler: het zit vol met houtvezel, je hebt water nodig voor de productie en het valt niet te recyclen. Nadat we als projectgroep een poster maakten met de vraag hoe vaak collega’s zo’n schoon matje weggooiden, slonk het verbruik met 45%. Zo hebben we ook gekeken naar de plenums; de luchtbeheersingssystemen in de operatiekamers. ’s Nachts draaiden er vijf of zes. We hebben de mogelijkheden onderzocht en nu zetten we ze ’s nachts uit. Dat levert 197.000 kWh reductie op per jaar! Maar ook heel simpele dingen helpen veel, zoals papier apart inzamelen. Doordat ik in aanraking kom met andere afdelingen als Inkoop en Techniek verbreedt het project ook mijn blikveld heel erg.’

De enorme personeelskrapte drukt op jullie. Waarom moeten mensen volgens jou het vak in?

‘Het is een mooi vak, dat je zo breed kunt maken als je zelf wilt. Als je alles interessant vindt, is werken als allrounder leuk. Aan de andere kant kun je per specialisme de diepte in. Je kunt voor jezelf bepalen hoe spannend je het werk houdt. Daarnaast werk je in een hecht team dat betrokken is bij de patiënt en waarin iedereen zijn eigen taken heeft. Ik vind absoluut dat er meer mensen op de OK moeten komen werken. En dan al helemaal mannen, want mijn ene mannelijke collega en ik zijn zeer ruim in de minderheid. Al doet dat helemaal niets af aan de fijne werkomgeving en -sfeer.’

Ben je ook lid van de LVO?

‘Ja, al vanaf het begin. Ik heb altijd de noodzaak gevoeld om lid te zijn. Ik weet dat de LVO onder meer aanschuift bij cao-onderhandelingen. We hebben een niet-beschermd beroep en de vereniging strijdt ervoor om dit te veranderen. Als je je verenigt, krijg je veel meer voor elkaar.’