Met de robot aan tafel

Willeke Dijkstra werkt al ruim 35 jaar als operatieassistent in het UMC Groningen. Wat maakt dat zij het vak nog steeds mooi vindt? ‘Ik houd van afwisseling. En bij ons op het operatiecentrum is geen dag hetzelfde.’ (tekst: Femke van den Berg; foto: Ivonne Zijp)

Collega uitgelicht Willeke Dijkstra

Wat wilde je vroeger worden?

'Eerst dacht ik aan kleuterjuf, toen aan activiteitenbegeleider. Bijvoorbeeld op de kinderafdeling van een ziekenhuis. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet creatief; ik zag mezelf niet knutselen met kinderen. Vervolgens bedacht ik dat ik toch wel graag de zorg in zou willen. Toen ben ik de opleiding tot doktersassistent gaan doen. Daarna vond ik als achttienjarige een baan bij de afdeling Mondziekten en Kaakchirurgie van het UMCG. Daar heb ik vijf jaar met plezier gewerkt.'

Waarom ben je dan toch operatieassistent geworden?

'Als doktersassistent deed ik poliwerkzaamheden. Daarnaast assisteerde ik bij kleinere ingrepen, zoals het verwijderen van verstandskiezen. Bij de grotere ingrepen werden doktersassistenten niet ingezet, maar ik zag ze wel gebeuren. Zo ontdekte ik dat het mij heel interessant leek om aan operaties te mogen bijdragen. Dus toen er in 1986 binnen het ziekenhuis operatieassistenten in opleiding werden gevraagd, heb ik gesolliciteerd. En ik werd aangenomen!'

Wat deed je na je diplomering?

'Toen ik in 1989 klaar was met de opleiding, werd er tegen mij gezegd: "Jij kunt terecht bij de afdeling KNO." Daar heb ik toen een tijdje gewerkt, maar eigenlijk vond ik de KNO te beperkt; ik wilde nog zo veel leren. Daarom stapte ik over naar de chirurgie. Daarnaast werkte ik ook voor urologie, traumatologie en andere specialismen. Sinds eind jaren 90 ben ik me gaan toeleggen op laparoscopieën. Wat ik daar zo leuk aan vind is dat je hetzelfde ziet als de chirurg. Daardoor kun je goed meedenken en anticiperen. Het is altijd een sport om een instrument aan te reiken voordat de chirurg erom heeft gevraagd.'

Ben je ook vakspecialist?

'Binnen het operatiecentrum van het UMCG werk ik tegenwoordig vooral in het dedicated team van de CabCon: de abdominale chirurgie en chirurgie-oncologie. Daarnaast maak ik deel uit van het robotteam. Sinds 2018 hebben wij een Da Vinci-robot in het UMCG. Een aantal operatieassistenten van verschillende specialismen is toen opgeleid om met de robot te kunnen werken.'

Wat maakt het werken met de robot voor jou een mooie uitdaging?

'Nieuwe technologische mogelijkheden vind ik altijd interessant. En er komt nog iets bij. In het UMCG assisteren wij als operatieassistenten zelden. Wij instrumenteren vooral en doen omloopwerkzaamheden. Het UMCG is een opleidingsziekenhuis; er doet bijna altijd een chirurg in opleiding mee aan een operatie. Deze assisteert de operateur of voert de operatie zelf uit, onder supervisie van de operateur. Bij een robotingreep doe ik wél zelf de assisterende taken, wat erg leuk is. De meeste chirurgen in opleiding zijn niet getraind om met de robot te mogen werken.'

Je bent ook coördinator van het robotteam?

'Klopt, samen met een collega. Wij proberen ervoor te zorgen dat de robot iedere dag in gebruik is en dat alle collega's van het robotteam er minimaal eens per week mee werken. Ook regelen we het onderhoud van de robot en alles wat met het instrumentarium te maken heeft.'

Wat heb je door de jaren heen zien veranderen?

'Een belangrijke verandering is dat het vak steeds technischer is geworden. Er zijn steeds meer operatietechnieken, waarvoor ook nieuwe apparatuur is ontwikkeld. Gelukkig worden we altijd goed voorbereid op het werken met nieuwe devices, bijvoorbeeld door middel van trainingen van de fabrikant. Wat ook is veranderd: de omgang tussen operateurs en operatieassistenten. Vroeger lieten chirurgen soms duidelijk merken dat ze de baas waren. Tegenwoordig heb je meer het gevoel om als team samen te werken, wat erg prettig is. Een mooie verandering is dat operaties en behandelingen zijn verbeterd. Er is meer mogelijk, en daarmee nemen de overlevingskansen toe van sommige categorieën patiënten, bijvoorbeeld mensen met bepaalde soorten kanker.'

Wat was de opmerkelijkste verandering?

'De enorme toename van het gebruik van disposables. Toen ik begon was hergebruik van materialen nog heel gangbaar. We hadden bijvoorbeeld afdekmaterialen van katoen. Die werden na de operatie gewassen, gesteriliseerd en opnieuw toegepast. In de loop der jaren werd het steeds normaler om wegwerp-materialen te gebruiken. Hierdoor is de afvalberg na een operatie enorm gegroeid. Ik verwacht dat we hierop gaan terugkomen. Die beweging richting verduurzaming is gelukkig al ingezet. Steeds vaker kiezen we weer voor herbruikbare materialen.'

Het is altijd een sport om een instrument aan te reiken voordat de chirurg erom heeft gevraagd.
Willeke Dijkstra

Je bent ook werkbegeleider geweest?

'Ja. Van 1992-1996 begeleide ik operatieassistenten in opleiding. Dat vond ik ontzettend leuk om te doen. Als je een nieuw vak leert, ben je in het begin onzeker. Dan kun je wel wat support gebruiken. Zelf kreeg ik tijdens mijn opleidingstijd veel vertrouwen van mijn aimabele en ervaren collega Ria. Zo'n ervaring gunde ik anderen ook. Operatieassistenten zijn vaak heel direct. Dat is handig aan tafel, als je korte "bevelen" moet geven. Maar deze manier van communiceren kan nieuwelingen afschrikken. Ik probeerde heel bewust om leerlingen vertrouwen te geven, aan te moedigen en ruimte te bieden om hun eigen weg te vinden.'

Wat vind je van de huidige opleidingen?

'Het is positief dat er meer keuze is dan voorheen. Naast het nog relatief nieuwe EPA-gestuurde onderwijs kun je bijvoorbeeld ook de opleidingen tot verpleegkundige en operatieassistent combineren: dat biedt meer loopbaanperspectief. Op de werkvloer moeten we trouwens wel wennen aan die verschillende typen leerlingen. Welke bagage brengen ze mee, wat kunnen en mogen we van ze verwachten? Dat is nog even aftasten.'

Wat maakt dat je het vak nog steeds mooi vindt?

'De afwisseling in het werk vind ik nog altijd geweldig. Geen dag, operatie, patiënt of ziektebeeld is hetzelfde. Ook vind ik het interessant dat veel medische problemen alleen multidisciplinair kunnen worden aangepakt. Vaak zijn er meerdere specialismen bij betrokken. Het UMCG doet als academisch ziekenhuis bovendien veel hoogcomplexe ingrepen, zoals transplantaties. Dat houdt mijn werk uitdagend.'

Je werkt al lang bij het UMCG. Wat maakt dit voor jou een aantrekkelijke werkgever?

'Dat ik me steeds heb kunnen ontwikkelen binnen mijn vakgebied. En ook dat het ziekenhuis altijd rekening heeft willen en kunnen houden met mijn persoonlijke omstandigheden. Na de geboorte van mijn twee zoons ben ik minder gaan werken. En toen ik eind jaren 90 schildklierproblemen kreeg – ik bleek hypothyreoïdie te hebben – mocht ik zoveel als mogelijk op vaste tijden overdag werken. Heel fijn, want mijn gezondheid heeft baat bij structuur. Tegenwoordig werk ik nog 20 uur per week, met veel plezier. Ik hoop dat ik nog een aantal jaar zo door kan gaan.'

Wat doe je in je vrije tijd?

'Ik zit bij een zangkoor: zingen maakt me vrolijk! We hebben een breed repertoire: van pop tot klassiek. Verder houd ik erg van lezen en wandelen. En mijn partner en ik trekken er graag op uit met de caravan.'

Je bent al 35 jaar lid van de LVO. Waarom?

'Omdat ik het belangrijk vind dat we als operatieassistenten een krachtige vereniging hebben die opkomt voor onze belangen. Verder ben ik erg te spreken over de congressen van de LVO. Deze zijn echt toegespitst op onze beroepsgroep. Ik voer er altijd interessante gesprekken met collega's uit het hele land. Dat vind ik heel waardevol.'